Hoe hoog is de WW-uitkering?

De hoogte van de WW-uitkering wordt in alle gevallen (de kortdurende en de loongerelateerde uitkering) de eerste twee maanden 75% van het loon, en daarna 70% van het loon.

Een werknemer die in de 36 weken voor de eerste werkloosheidsdag minimaal 26 weken in loondienst heeft gewerkt (wekeneis), krijgt recht op een loongerelateerde WW-uitkering van drie maanden. Nu is dit nog een uitkering ter hoogte van 70% van het minimumloon voor de duur van een half jaar.

Voor een langere uitkering moet de werknemer in minimaal vier van de laatste vijf kalenderjaren over minstens 52 dagen loon hebben ontvangen (jareneis). Voor de werknemer die aan beide eisen voldoet, duurt de uitkering in maanden even lang als het arbeidsverleden in jaren. Bijvoorbeeld achttien jaar arbeidsverleden geeft recht op achttien maanden WW.

De WW-uitkering duurt maximaal 38 maanden (drie maanden basisuitkering en 35 maanden verlengde uitkering). Uw uitkering wordt gebaseerd op uw laatst verdiende loon, het zogenoemde dagloon. Hieraan is ook een maximum aan verbonden zijnde per 1 juli 2009 een dagloon van ‚ā¨ 185,46. Een werknemer die op of na 1 oktober 2006 werkloos wordt en dan 60 jaar of ouder is, kan na afloop van zijn WW-uitkering aanspraak maken op een uitkering ter hoogte van het sociaal minimum, maar zonder vermogenstoets: de IOW.

De Inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW) is een uitkering voor werklozen vanaf 60 jaar. Zij kunnen na afloop van hun WW-uitkering mogelijk een IOW-uitkering krijgen. Wie recht heeft op een IOW-uitkering behoudt deze uitkering tot hij of zij 65 jaar is. De IOW geldt vanaf 1 december 2009 en vervalt op 1 juli 2016. De IOW laat het inkomen en het vermogen van de partner buiten beschouwing. Bij de bepaling van de hoogte van de uitkering let het UWV ook niet op het eigen vermogen van de oudere werkloze.